Een lastige bron

Voor ‘Het water kwam’ is mijn belangrijkste bron ‘Beschryving van den watersnood, in MDCCXCIX’ van Cornelis Zillesen. Helaas is dit verslag ontzettend slecht – ik vrees eerder: helemaal niet – geredigeerd. Als een auteur iets schrijft, gaat er altijd nog een redacteur overheen. Die haalt niet alleen de onvermijdelijke tik-/schrijf- en taalfouten uit het manuscript, maar helpt onder andere ook met een duidelijke structuur. En daar ontbreekt het in dit boek volledig aan.

In de ene alinea beschrijft Zillesen (p. 70) dat het geredde vee in Beuningen (aan de Waal, net ten westen van Nijmegen) nog oneindig veel van roofvogels te verduren heeft gehad (kraaien en andere vogels vielen vanwege een razende honger woedend op levend vee aan, en beten gaten door hun huid heen).

De volgende alinea gaat over een dijkdoorbraak in Nederasselt (aan de Maas). Waarna Zillesen van de natte hak op de afgebroken tak springt en een rapport van 11 maart 1799 citeert van opzichter Pieter Schram:

“Om een recht denkbeeld van de inbraaken in het Maas-Waalse te geven.”

De informatie waarnaar ik op zoek ben, die over Haarsteeg, staat nogal verspreid. Het dorp wordt voor het eerst genoemd (en dan ook nog met een zetfout) op pagina 153:

“(…) de Ingezetenen van de nabijgelegen buurt de Haansteeg kwamen met hunne kinderen en vee reeds naar den Dijk vlugten.”

Daarna lees ik drie pagina’s verder weer over mijn geboortedorp:

“(…) maar hoe groot ook overal de elende was, in de Buurt de Haarsteeg kwam dezelve tot het uiterste”. (‘Elende’ is geen tikfout van mij; het staat er met één l.)

Het verslag van Zillesen is een puzzel die ik niet geheel weet op te lossen. Maar ik worstel me er doorheen. Drie jaar later is ‘Het water kwam’ het resultaat.