Over het boek

Februari 1799. Na een paar extreem koude wintermaanden raken de rivieren vol met smeltwater. Kruiend ijs belemmert op veel plaatsen de doorstroom. Dijken breken, water en ijs storten zich aan de andere kant omlaag en verwoesten huizen, schuren, kerken, zelfs hele dorpen … Een watersnood van ongekende omvang. Honderden mensen verdrinken, duizenden raken dakloos. De schade bedraagt, omgerekend naar de huidige tijd, 12,8 miljard euro. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat zo’n kolossale ramp uit ons nationaal geheugen is verdwenen?

 

‘Het water kwam’ haalt de watersnood van 1799 uit de vergetelheid. In deze roman reizen landmeter Cornelis Zillesen en zijn twee assistenten Arculus en Adriaan in februari 1799 naar de vestingstad Heusden. Daar beginnen zij aan een belangrijke, maar bijna onmogelijke opdracht van de Bataafsche Maatschappij der Wetenschappen: de watersnood in zijn volle omvang in kaart brengen. Een paar dagen na hun aankomst doorstaan ze een angstige nacht tijdens een heftige storm, gevangen tussen de wallen rondom Heusden. De vraag die continu door ieders hoofd spookt: houden de dijken stand?

 

Als Arculus en Adriaan in Haarsteeg het water op zich af zien komen, weten ze ternauwernood te overleven. Maar vooral Arculus betaalt daarvoor een hoge prijs.

 

Bijna drie jaar heeft Erwin Rooyakkers aan ‘Het water kwam’ gewerkt. Het is een roman met deels historische figuren, zoals landmeter Cornelis Zillesen, dijkgraaf Leemans en alle personages die door het water worden overvallen.
De schrijver heeft zich voor zijn verhaal vooral gebaseerd op de ‘Beschryving van den watersnood, in MDCCXCIX’ van Cornelis Zillesen. Met daarin een aantal zeer indringende ooggetuigenverslagen van overlevenden.