Arculus raakt in de war van tegenstrijdige berichten

20 februari 1799

We hebben er alle drie een lange dag op zitten. We zitten rond het vierkante tafeltje, dicht bij de kolenhaard, en brengen elkaar verslag uit. Heer Zillesen vertelt ons dat hier in Heusden veel meer informatie voorhanden is dan hij had kunnen hopen. Van Nijmegen en Arnhem tot aan Woudrichem en Werkendam sturen de dijkcolleges zo vaak als mogelijk is bodes over en weer om elkaar op de hoogte te houden van de toestand van de rivieren. De berichten zijn vreeswekkend.

 

Dijkdoorbraken, overstromingen, mensen die huis en haard verloren zijn, hongerlijders en helaas ook dodelijke slachtoffers. Het verbaast me dat ze zich hier in Heusden niet zoveel zorgen lijken te maken. Terwijl het water van de Maas toch bijna over de wallen heen klotst. Adriaan zegt dat ze ook vertrouwen hebben in de Maasdijk en de Hoge Maasdijk. Maar dat de dorpelingen wel hun voorzorgsmaatregelen hebben genomen. Dus evenwel níét alle vertrouwen, denk ik dan. Toch? Heer Zillesen vindt het risico lastig in te schatten.

 

‘Als ik het dijkcollege hoor en afgaande op wat ik zelf heb gezien, denk ik dat Heusden inderdaad wel veilig is.’
‘Maar deze winter is zo extreem streng’, werpt Adriaan tegen. ‘Niemand heeft zoiets ooit meegemaakt. Er moet dus ook veel meer loskomend ijs op de rivieren drijven dan in voorgaande jaren. En er zijn al zoveel dijken bezweken, denkt u dat de dijken hier het wel houden?’
‘Dat kan ik alleen maar hopen. Maar je hebt gelijk, ik durf dat niet met zekerheid te zeggen. Ook al is vrijwel iedereen hier ervan overtuigd dat die sinds het herstel ervan stevig genoeg zijn. En trouwens, als de dijken breken, komt het land onder water te staan. Maar dan nog kunnen de wallen rondom de stad Heusden voldoende bescherming bieden.’

 

(…)